Doofblind

De term doofblind wordt gebruikt voor mensen die zowel een visuele beperking als een auditieve beperking hebben. Vaak zijn de patiënten met doofblindheid niet volledig blind en volledig doof. Vaak hebben ze nog enig restzicht en/of restgehoor. Er kan dus altijd een combinatie tussen doof en slechthorend of blind en slechtziend mogelijk zijn. Dit verschilt per patiënt. Patiënten die 100% doof en 100% blind zijn komen weinig voor in Nederland. Een goede benaming is een combinatie van niet (goed) kunnen zien en niet (goed) kunnen horen. Doofblindheid kan aangeboren zijn, maar ontstaat veelal op latere leeftijd. Vaak ontstaat het niet tegelijk. Men kan eerst een visuele beperking krijgen en pas veel later ook een auditieve beperking.

Doofblindheid in Nederland

In Nederland wonen ongeveer 35.000 mensen met een vorm van doofblindheid. Van deze groep zijn slechts enkele tientallen gevallen bekend van mensen die geboren zijn met doofblindheid. Het grootste deel van de mensen heeft deze beperking in een latere fase van het leven opgelopen. Vaak gebeurd dit pas na het 55e levensjaar, alhoewel ook jongere mensen door een aandoening doofblind kunnen worden. Het Syndroom van Usher is daarbij in veel gevallen de boosdoener. Het Syndroom van Usher is een erfelijke aandoening waarbij het gehoor en het zicht kan worden aangetast. Doofblindheid komt relatief vaak voor bij mensen met een verstandelijke beperking.